Amsterdam UMC heeft van ZonMw subsidie gekregen voor een vijfjarig onderzoeksprogramma naar het ontstaan en voorkomen van gokschade. Binnen het samenwerkingsverband ‘Kwetsbare spelers, spelkenmerken, speelgedrag’ worden vijf onderzoeksprojecten uitgevoerd.
Hoogleraar Ruth van Holst van Amsterdam UMC heeft de goedkeuring van de subsidieaanvraag bekendgemaakt via LinkedIn. Het onderzoek moet duidelijker maken waarom bepaalde groepen kwetsbaarder zijn voor gokschade en hoe problemen eerder kunnen worden herkend.
Onderzoek brengt drie perspectieven samen
De onderzoekers combineren drie onderdelen die een rol spelen bij het ontstaan van gokschade: de kwetsbaarheid van spelers, de kenmerken van kansspelen en gokomgevingen, en het daadwerkelijke speelgedrag.
Die aanpak wordt verdeeld over vijf projecten:
- Beter vaststellen wie kwetsbaar is voor gokschade en waarom;
- Onderzoeken hoe gokcontent op sociale media jongeren beïnvloedt;
- Risico-informatie over kansspelen begrijpelijker maken;
- Een simulatiemodel ontwikkelen dat laat zien hoe verschillende risicofactoren samenkomen;
- Een onafhankelijk model ontwikkelen waarmee risicovol speelgedrag eerder kan worden herkend.
Universiteiten en zorgorganisaties werken samen
Amsterdam UMC leidt een brede samenwerking met onder meer de Radboud Universiteit, Universiteit Maastricht, Universiteit van Amsterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam en Technische Universiteit Eindhoven. Ook Dialogic, het Trimbos-instituut, Inforsa-Arkin en Verslavingskunde Nederland zijn betrokken.
Daarnaast denken ervaringsdeskundigen en naasten mee over de uitvoering en toepassing van de onderzoeksresultaten. ZonMw financiert meer initiatieven op dit terrein. Zo kreeg Jellinek eerder subsidie voor onderzoek naar gokverslaving en nieuwe vormen van vroegsignalering.
Vroegsignalering krijgt belangrijke plaats
Een van de projecten richt zich op een onafhankelijk en transparant model dat afwijkend speelgedrag sneller moet herkennen. Dat onderwerp sluit aan bij het onlangs gepresenteerde open-sourcemodel van de Universiteit van Amsterdam.
Voor Nederlandse online casino’s kunnen dergelijke modellen helpen om risicosignalen eerder op te merken. Het herkennen van een patroon is echter pas de eerste stap. Aanbieders moeten vervolgens bepalen wanneer en op welke manier zij bij een speler ingrijpen.
Onderzoeksprogramma duurt vijf jaar
Voor de volledige subsidieronde was € 8 miljoen beschikbaar, verdeeld over drie thematische samenwerkingsverbanden. Voor het onderdeel rond kwetsbare spelers, spelkenmerken en speelgedrag was maximaal € 2,5 miljoen gereserveerd. Het precieze bedrag dat aan Amsterdam UMC en de samenwerkingspartners is toegekend, is niet bekendgemaakt.
De projecten moeten uiteindelijk bruikbare kennis opleveren voor spelers, naasten, hulpverleners, toezichthouders en kansspelaanbieders. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het behandelen van gokproblemen, maar vooral op het eerder herkennen en voorkomen van schade.