Staatssecretaris Claudia van Bruggen stuurde op 1 juni een antwoordbrief aan de Eerste Kamer over de nieuwste monitoringsrapportages van de goksector. De brief beantwoordt vragen van de PVV en SGP. De conclusie is tweeledig: strengere regels drukken spelersverliezen aantoonbaar, maar bijna de helft van het totale gokgeld stroomt nog altijd naar illegale aanbieders.
Van €757 miljoen verwachting naar €1,45 miljard werkelijkheid
De bruto spelersopbrengst (BSR) bedraagt €1,449 miljard, terwijl in 2021 slechts €757 miljoen werd voorspeld. Ruim 75 procent gaat naar casinospelen, 22,6 procent naar sportweddenschappen. In januari 2025 waren er dertig vergunningen actief, waarvan 26 online. De volledige antwoordbrief is te lezen via de officiële bekendmakingen.
91% van spelers gokt legaal, maar slechts 53% van het geld blijft legaal
De Kansspelautoriteit meldt dat 91 procent van de spelers bij vergunde aanbieders blijft. Maar de geldstroom laat een ander beeld zien: slechts 53 procent van het totale gokgeld blijft binnen de legale markt. Bijna de helft stroomt naar buitenlandse, niet-vergunde aanbieders.
Van Bruggen erkent dat spelers met hoge uitgaven verplichte speellimieten actief omzeilen via illegale platforms. Het kabinet werkt aan het project ‘Disconnect’ om betaalstromen naar illegale goksites te blokkeren. Een ING-directeur besprak eerder al een mogelijk gokblok op Nederlandse bankrekeningen om deze geldstromen te stoppen.
Gemiddeld verlies per account gedaald van €113 naar €83 per maand
Strengere regels die in oktober 2024 ingingen, hebben een meetbaar effect. Het gemiddelde verlies per account daalde van €113 naar €83 per maand. Het aandeel spelers dat maandelijks meer dan €1.000 vergokt, daalde van 3,9 procent naar 0,6 procent.
Tegelijkertijd steeg het aantal inschrijvingen in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen (Cruks) van 61.000 in 2024 naar 111.534 per 30 januari 2026. Steeds meer spelers kiezen zelf voor uitsluiting als beschermingsmaatregel.
Jongvolwassenen goed voor 22% van actieve gokaccounts
Van Bruggen noemt de positie van jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar zorgelijk. Deze groep vormt 9,3 procent van de bevolking, maar bezit 22 procent van alle actieve gokaccounts. De staatssecretaris wil extra inzetten op voorlichting voor deze leeftijdsgroep.
De urgentie neemt verder toe nu het WK 2026 eraan komt. Sportweddenschappen zijn al goed voor 22,6 procent van de totale BSR, en de verwachting is dat dit tijdens het toernooi sterk oploopt. De groei van gokken op WK voetbal maakt het debat over spelerslimieten en jongvolwassenen alleen maar urgenter.
Gokken op WK voetbal is alleen veilig bij vergunde aanbieders die zich aan de limieten houden. De Kansspelautoriteit verbiedt gokreclames tijdens het toernooi, juist om kwetsbare groepen te beschermen.
Online gokreclame daalde 42%, totaalverbod wordt voor zomer 2026 gepland
De handhaving op illegale gokreclame werkt. In de tweede helft van 2025 daalde online gokreclame met 42 procent. De Kansspelautoriteit behandelde 31 meldingen over ongerichte reclame, wat leidde tot 15 interventies en een boete.
Vanaf juni 2026 krijgen games met risicovolle lootboxes een PEGI 16-classificatie. Het kabinet stuurt voor de zomer van 2026 een voorstel voor een totaalverbod op online gokreclame naar de Tweede Kamer.