Terwijl de Nederlandse online kansspelmarkt sinds de legalisering in 2021 gestaag groeit, blijft het vroegtijdig herkennen van risicovol speelgedrag een terugkerend knelpunt voor toezicht en aanbieders. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam presenteren nu een open-sourcemodel dat speelpatronen moet analyseren op risicosignalen, meldt de Ksa. De vraag is of zo’n instrument daadwerkelijk verschil maakt zolang onderzoek, toezicht en industrie grotendeels gescheiden circuits blijven.
Aanleiding: model volgt jaren van datagedreven onderzoek
De publicatie van het model komt niet uit de lucht vallen. Sinds de opening van de gereguleerde online markt is het aantal academische onderzoeken naar gokgedrag en verantwoord spelen fors toegenomen, onder meer via de jaarlijkse Online Kansspel Barometer en periodieke WODC-metingen. De UvA bouwt daarmee voort op een onderzoekslijn die al langer bestaat, met eerder werk naar de neurologische kant van pathologisch gokken als basis.
Eén model in een versnipperd onderzoekslandschap
Het nieuwe model staat niet op zichzelf. Sinds december 2022 loopt bij de UvA een meerjarige samenwerking met het Nederlandse online casino Holland Casino Online en Playtech, gericht op evidence-based interventies die dynamisch worden afgestemd op individuele risiconiveaus. Daarnaast onderzoekt de universiteit sinds 2024 systematisch welke marketingtechnieken gokbedrijven inzetten en welk effect die hebben op gedrag, een thema dat raakt aan het bredere vraagstuk van hoe risicovol gokgedrag tijdig te herkennen is.

Groeiende markt, groeiend risicoprofiel
De cijfers achter de onderzoeksdrang zijn niet mals. Waar in juni 2022 nog 10 procent van de Nederlandse volwassenen in de voorafgaande zes maanden online had gegokt, rapporteerde de Online Kansspel Barometer in 2024 dat 16 procent van de stemgerechtigde Nederlanders in het afgelopen jaar online had gespeeld, met 29 procent onder jongvolwassenen van 18 tot 34 jaar.
Zorgwekkender is het aandeel dat binnen een risicocategorie valt: volgens dezelfde meting gold dat voor 39 procent van de totale bevolking en 47 procent van de jongvolwassenen. Ook de Radboud Universiteit doet inmiddels onderzoek onder jongeren naar gokgedrag, wat wijst op een bredere academische mobilisatie rond dezelfde leeftijdsgroep.

Kritiek: meer meten is niet automatisch beter ingrijpen
Brancheorganisaties NOGA en VNLOK financieren sinds 2022 de Online Kansspel Barometer, wat wijst op steun voor structurele monitoring vanuit de sector zelf. VNLOK ging recent een stap verder met een eigen verantwoord-spelenmonitor voor legale online casino’s, parallel aan het academische spoor.
Toch tonen dezelfde onderzoeken een ongemakkelijk patroon: het maatschappelijk draagvlak voor online gokken daalt, terwijl het aantal spelers en het aandeel risicoprofielen juist toeneemt. Een open-sourcemodel dat patronen blootlegt, verandert daar op zichzelf niets aan zolang er geen sluitende koppeling is tussen signalering en daadwerkelijke interventie bij de speler.
Vooruitblik: meer data, nog geen garantie op werking
Het WODC zet zijn metingen naar deelname aan kansspelen en houding ten opzichte van gokken voort, wat nieuwe data oplevert waartegen modellen zoals dat van de UvA kunnen worden gevalideerd. Of het open-sourcemodel breed wordt overgenomen door toezicht of vergunninghouders, hangt af van hoe overtuigend het zich in de praktijk bewijst tegenover de bestaande instrumenten van de sector zelf.